Aardbevingen

Werkstukken en spreekbeurten

Bij een aardbeving begint de aarde te bewegen en te schokken. Een aardbeving is gevaarlijk, dus mensen moeten gewaarschuwd worden. Zijn aardbevingen te voorspellen?

Hoe ontstaat een aardbeving?

De buitenkant van de aarde bestaat uit gesteente: de aardkorst. De aardkorst bestaat uit losse platen die langzaam ten opzichte van elkaar bewegen. Deze bewegingen noemen we platentektoniek. De platen noemen we ook wel schollen. Door het langs elkaar bewegen van de platen, wordt er een bepaalde spanning opgebouwd die kan leiden tot een aardbeving. De platen schieten dan langs elkaar heen of botsen tegen elkaar aan en veroorzaken daarmee een schokkende beweging van de aardkorst.

Het onderzoeken van aardbevingen

Een seismoloog bestudeert aardbevingen en meet met een seismograaf de bewegingen van de aarde. Er wordt op verschillende plaatsen gemeten om vast te kunnen stellen waar een aardbeving ontstaat. Meestal ontstaat een aardbeving onder de grond. Deze plek heet het hypocentrum. De plek aan de oppervlakte van de aarde boven het hypocentrum heet het epicentrum. Op deze plek is de beving het sterkst. De sterkte van een aardbeving wordt aangegeven met een cijfer op de schaal van Richter en ligt tussen de 1 en de 12. Een aardbeving met een sterkte onder de 3 op de schaal van Richter voel je niet of nauwelijks. Boven de 7 is er een zware aardbeving met veel schade. Nog sterkere aardbevingen vernietigen de omgeving. Een beving tussen 9 en 10 op de schaal van Richter komt maar eens in de twintig à dertig jaar voor. Boven de 10 is nog nooit waargenomen. Door de beweging van de aardkorst goed in de gaten te houden, proberen de seismologen een aardbeving te voorspellen. Om zo de schade te beperken en mensenlevens te sparen.

Tsunami

Een aardbeving kan ook onder het zeeniveau plaatsvinden; dat noem je een zeebeving. Een beving van de zeebodem kan een onverwachte vloedgolf vanuit zee naar de kust veroorzaken, beter bekend als tsunami. Midden op zee is er niets van de vloedgolf te merken, maar als hij aan land komt kan hij veel schade aanrichten. Vlak voordat de tsunami aan land komt, trekt de zee zich plotseling terug. Vervolgens komt de tsunami met een hoogte van soms wel dertig meter aan land, waar hij mensen en gebouwen meesleurt. Meestal zijn tsunami's goed te voorspellen met speciaal ontwikkelde waarschuwingssystemen voor vloedgolven. Toch werd op tweede kerstdag 2004 een groot deel van Zuidoost-Azië verwoest door een enorme tsunami.