Neerslag

Werkstukken en spreekbeurten

Je hebt vast weleens gehoord van condenseren. Maar wat is het precies? En hoe ontstaat daardoor neerslag?

Waterkringloop

Neerslag is alle vochtigheid die uit de lucht op aarde valt. Er zijn verschillende soorten neerslag. De bekendste zijn regen, sneeuw en hagel. Maar wist je dat ook bijvoorbeeld mist en dauw neerslag zijn? Neerslag heeft alles te maken met de waterkringloop. Die werkt zo: 

  • Water uit zeeën, meren en rivieren verdampt wanneer de de zon erop schijnt. Het water is eerst vloeibaar en gaat naar een gasvormige toestand. Zo ontstaat waterdamp.
  • Als lucht afkoelt, verandert waterdamp in piepkleine waterdruppeltjes. Dit heet condenseren. 
  • Ontelbare miniscule waterdruppeltjes bij elkaar vormen wolken in de lucht. Uit de wolken valt neerslag. 
  • De neerslag komt via de aardbodem terug in de zee. Dat water verdampt weer, enzovoort. Daarmee is de kringloop rond.

Condenseren

Condenseren gebeurt als lucht afkoelt onder het dauwpunt. Dat is de temperatuur waarop de lucht zo vol zit met waterdamp dat er zelfs geen minscuul druppeltje meer bijpast. De lucht is dan verzadigd van vocht, zo heet dat. Koude lucht krimpt. De mini-waterdampdruppeltjes die erin rondzweefden botsen dan tegen elkaar. Ze plakken aan elkaar vormen grote waterdruppels. Condensatiedruppels kun je ook zien als je gedoucht hebt. Een koude spiegel in de badkamer beslaat en er komen druppels op. Dit gebeurt als de warme douchelucht ertegenaan komt.

Regen en hagel

Wolken bestaan uit een heleboel waterdruppeltjes of ijskristalletjes of een combinatie van beiden. De lucht is altijd in beweging, ook in de wolken. Hierdoor botsen miniscule druppeltjes en kristalletjes telkens tegen elkaar. Ze plakken aan elkaar en vormen de druppels die uit wolken vallen, bijvoorbeeld in de vorm van regen. Regen valt vaak uit dunne en laaghangende wolken. Er zijn verschillende soorten regen, zoals motregen, zware regenbuien en ijsregen. IJsregen bevriest voordat het de grond raakt. IJzel is anders, want dat bevriest pas als het de grond raakt. Kijk uit voor ijzel als je op de fiets naar school gaat, want de weg is dan spiegelglad! Ook is ijsregen niet hetzelfde als hagel. Hagelstenen bestaan uit meerdere laagjes ijs. Bekijk het maar eens als je een hagelsteen doorsnijdt. Daardoor zijn hagelstenen meestal veel groter dan de bevroren regendruppels van ijsregen.

Sneeuw

Als de luchttemperatuur lager is dan nul graden kan het gaan sneeuwen. Door kou veranderen de druppeltjes in de wolken in fijne ijsnaaldjes. Als deze naar beneden dwarrelen, blijven er stofdeeltjes uit de lucht aan kleven. Zo worden het sneeuwvlokken, die bestaan uit vele sneeuwkristallen. Wist je dat sneeuwkristallen altijd zespuntig zijn? Kijk maar eens goed naar bevroren sneeuw op een autoruit of raam. Vergelijk dat eens met sneeuwkristallen-kerstversiering.