Bloedsomloop

Werkstukken en spreekbeurten

In je lijf heeft alles een functie en werkt van alles met elkaar samen. Je hart en longen werken bijvoorbeeld mee aan je bloedsomloop. Er zijn een kleine en een grote bloedsomloop. Hoe werken die samen?

Hart

Het hart is de centrale motor in het menselijk lichaam. Met een 'gebroken hart' kun je verder leven, ook al lijkt het soms van niet. Het pompen van het hart is pas echt van levensbelang. Het hart is een holle spier en bestaat uit twee zogenoemde boezems en kamers. Door 'elektrische' signalen via de hersenen, trekken boezems en kamers afwisselend samen en pompen het bloed door ons lichaam. Het hart pompt continu bloed door ons lichaam; maar liefst 4 tot 5 liter per minuut. Hierdoor worden lichaamscellen voorzien van zuurstof en voedingsstoffen.

Longen

Ook de longen spelen een belangrijke rol bij de bloedsomloop. De cellen in je lichaam hebben zuurstof nodig om te kunnen leven. Als je inademt, gaat er door je neus en je luchtpijp lucht naar je longen. Dit zijn grote zakken. Ze zien eruit als sponzen. Dit komt door de miljoenen longblaasjes, die de zuurstof uit de lucht opnemen. Langs de longen lopen bloedvaten. Zo komt de zuurstof in het bloed. De bloedsomloop zorgt ervoor dat de zuurstof naar alle delen van het lichaam gebracht wordt. Via het bloed komt kooldioxide (een afvalgas) terug naar de longen. Als je uitademt, gaat dit je lichaam uit.

Kleine en grote bloedsomloop

Je lichaam kent een kleine en een grote bloedsomloop. De kleine bloedsomloop vervoert zuurstofarm bloed van het hart naar de longen. Dan wordt zuurstof in het bloed opgenomen en kooldioxide aan de longen afgegeven. Vanaf de longen stroomt het zuurstofrijke en kooldioxidearme bloed dan weer terug naar het hart. Via de linkerboezem en de linkerkamer wordt het zuurstofrijke bloed de grote bloedsomloop ingepompt. Via de grote bloedsomloop komt het bloed met zuurstof bij alle organen en weefsels terecht. Als het bloed de zuurstof heeft afgegeven aan de weefsels, stroomt het via de aderen weer terug naar het hart. Dit gaat telkens zo door. De bloedsomloop van de mens noem je een dubbele bloedsomloop, omdat per omloop door het gehele lichaam het bloed twee keer door het hart heen komt.