Hersenen en het zenuwstelsel

Werkstukken en spreekbeurten

Over hersenen weet je waarschijnlijk wel iets te vertellen. Maar krijg jij de zenuwen bij het zenuwstelsel? Wat is nou een perifeer en een autonoom zenuwstelsel? Geen paniek, hier volgt de uitleg.

De hersenen

De hersenen bestaan uit een aantal delen:

  • Grote hersenen: deze bestaan uit een linker- en rechterhersenhelft. Door de grote hersenen kun je nadenken.
  • Kleine hersenen: deze zijn belangrijk voor de beweging van het lichaam. De kleine hersenen sturen bijvoorbeeld je spieren aan.
  • Hersenstam: deze verbindt de grote en kleine hersenen aan elkaar en staat in verbinding met het ruggenmerg. In dit gebied ontspringen de hersenzenuwen.

Het centrale zenuwstelsel

Je zou kunnen zeggen dat je hersenen de centrale regelkamer zijn. De hersenen sturen via zenuwen opdrachten naar verschillende lichaamsdelen. Andersom geven de zenuwen informatie aan de hersenen over de omgeving. Het zenuwstelsel is het geheel van zenuwcellen met hun uitlopers (de zenuwvezels). De grote hersenen, de kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg vormen samen het centrale zenuwstelsel. Het centrale zenuwstelsel is het controlecentrum van het zenuwstelsel.

Het perifere en het autonome zenuwstelsel

Naast het centrale zenuwstelsel zijn er nog het perifere en het autonome zenuwstelsel. Dit is een zenuwnetwerk dat buiten het centrale zenuwstelsel ligt en zich door het hele lichaam vertakt. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit motorische en sensorische zenuwen. Motorische zenuwen geven informatie van de hersenen aan de spieren door. Dit heeft dus te maken met de manier waarop jij je beweegt. Sensotorische zenuwen geven informatie door aan de hersenen over bijvoorbeeld pijn, warmte, kou, positie van ledematen of over hoe iets eruitziet. Dus over alles wat te maken heeft met waarnemingen die je met je zintuigen doet. Het autonome zenuwstelsel is een deel van het perifere zenuwstelsel en wordt ook wel het vegetatieve zenuwstelsel genoemd. Het autonome zenuwstelsel controleert en coördineert alle automatische functies van het lichaam, zoals hartslag, spijsvertering of ademhaling. Over deze zenuwen kun je geen bewuste controle uitoefenen. Je kunt immers niet tegen je hart zeggen dat het sneller moet gaan kloppen. Wel kun je beslissen om hard te gaan rennen, zodat je hart automatisch sneller gaat kloppen.