Orgaandonatie

Werkstukken en spreekbeurten

Een orgaandonor is iemand die een orgaan of een ander deel van zijn lichaam aan een ander mens geeft. Je kunt donor zijn na je dood. Maar wist je dat je ook donor kunt zijn als je leeft?

Wie kan donor worden?

Iedereen kan donor worden: oud en jong, gezond en ziek. Als je hersendood bent, bepaalt een arts of je organen of weefsels geschikt zijn om te gebruiken. De longen van een roker zijn bijvoorbeeld onbruikbaar: alleen gezonde longen kunnen worden getransplanteerd (in een ander lichaam geplaatst). Maar je kunt ook tijdens je leven een ander mens een orgaan of ander deel van je lichaam geven. Bijvoorbeeld een nier of bloed.

Wat kun je transplanteren?

De organen die gebruikt kunnen worden, zijn: je hart, longen, lever, nieren, alvleesklier en je dunne darm. De weefsels die gebruikt kunnen worden, zijn: je huid, hoornvliezen, botten, hartkleppen en bloedvaten. Het is ook mogelijk om tijdens je leven regelmatig bloed af te staan. Dan ben je bloeddonor.

Wie krijgen de organen en weefsels?

In Nederland wachten heel veel zieke mensen op een nieuw orgaan. In een computer staat wie er het langste wacht en bij wie een orgaan het beste past. Je kunt namelijk niet zomaar een orgaan bij iemand transplanteren. Het orgaan moet passen bij de persoon die hem krijgt. Daarom worden de donor én de ontvanger vooraf helemaal en meerdere keren onderzocht. Bloedgroep, weefseltype, lengte en gewicht van de zieke en de donor spelen daarbij een rol. Orgaandonatie is bijna altijd anoniem. Dat betekent dat de ontvanger niet weet van wie het orgaan komt. En de donor (of zijn nabestaanden) weten niet aan wie hij zijn orgaan geeft.

Donor beslist zelf

Het is raar om over je eigen dood na te denken, maar als je donor wilt worden, moet dat toch. Want jij beslist zelf of de artsen een deel van jouw lichaam in een ander lichaam mogen plaatsen. In sommige landen zijn mensen automatisch donor tot zij aangeven dat ze geen donor willen zijn. In België is dat bijvoorbeeld in de wet geregeld.