Syndroom van Down

Werkstukken en spreekbeurten

Het syndroom van Down zorgt voor een ander uiterlijk, een verstandelijke beperking en lichamelijke klachten. Wat hebben chromosomen ermee te maken en wat zijn dat eigenlijk?

47 chromosomen

Je lichaam bestaat uit cellen en in deze cellen zitten 46 chromosomen (23x 2 paar). Per paar krijg je één chromosoom van je vader en één chromosoom van je moeder. Chromosomen zijn opgebouwd uit strengen DNA: de houders van ons erfelijk materiaal. Daaraan is te zien of je een jongen of een meisje bent, welke kleur je haar heeft en welke erfelijke ziektes je draagt. Mensen met het syndroom van Down hebben 47 chromosomen in plaats van de 46 die andere mensen hebben. Van 'chromosoom 21' hebben ze er namelijk drie in plaats van twee.

Kenmerken

Mensen met het syndroom van Down herken je aan uiterlijke kenmerken, zoals een kleine mond die vaak openhangt en een relatief grote tong. Ook hebben ze vaak amandelvormige, scheefstaande ogen en ronde ooghoeken. Daarnaast hebben deze mensen een verstandelijke beperking. Kinderen met het syndroom van Down leren hetzelfde als gezonde kinderen, alleen doen ze er een stuk langer over.

Gezondheidsproblemen

Mensen met het syndroom van Down leven meestal niet zo lang als andere mensen. De helft van deze mensen wordt hooguit 60 jaar. Ook hebben ze gedurende hun leven last van lichamelijke klachten, zoals problemen met hun slokdarm, hart, ogen, oren of darmen. Als mensen met het syndroom van Down ouder worden dan 50 of 60 jaar, dan krijgen ze vaak last van dementie.