Rechtbank

Werkstukken en spreekbeurten

De Nederlandse wet kent drie soorten rechtspraak: civiel recht, strafrecht en bestuursrecht. Weet jij het verschil?

Gebouw waar wordt rechtgesproken

Mensen die een misdaad hebben begaan, moeten meestal voor de rechter verschijnen. De rechter bepaalt of iemand straf krijgt en welke straf dat zal zijn. Dit gebeurt allemaal in de rechtbank. Dat is het gebouw waar wordt rechtgesproken. Tijdens een rechtszaak zijn meerdere partijen aanwezig. Waaronder: de rechter, de verdachte, de officier van justitie, de advocaat en de getuige. Naast rechtszaken met betrekking tot een misdaad worden er bij de rechtbank ook andere zaken behandeld.

Civiel ofwel burgerlijk recht

Als personen of organisaties onderling afspraken hebben gemaakt of willen maken, vallen deze onder het burgerlijk recht, ook wel civiel recht genoemd. Zaken die door de civiele rechter worden behandeld, zijn bijvoorbeeld echtscheidingen, arbeidsovereenkomsten en de aanschaf van een auto.

Strafrecht

Een persoon die ervan wordt verdacht een overtreding te hebben begaan of een misdrijf te hebben gepleegd, krijgt te maken met het strafrecht. Voorbeelden van overtredingen zijn door rood licht rijden en vandalisme; voorbeelden van misdrijven zijn diefstal, een overval en moord. Zowel overtredingen als misdrijven zijn strafbare feiten. Voor een overtreding krijg je minder straf, omdat het een lichter strafbaar feit is dan een misdaad. In het strafrecht klaagt het Openbaar Ministerie namens de maatschappij de verdachte aan.

Bestuursrecht

Personen en organisaties die een conflict hebben met de overheid, hebben te maken met het bestuursrecht. De bestuursrechter behandelt zaken zoals gemeentelijke vergunningen of belastingzaken.

Jeugdstrafrecht

Voor jongeren van 12 tot 18 jaar geldt het jeugdstrafrecht, met speciale straffen en maatregelen. Minder ernstige vergrijpen handelt de politie meestal zelf af, bijvoorbeeld winkeldiefstal of vernieling. Vaak gebeurt dat via een Halt-project. Door het adolescentenstrafrecht kan een rechter ervoor kiezen om het jeugdstrafrecht ook toe te passen op jongvolwassenen tot 23 jaar. Maar ook kan de rechter ervoor kiezen om het volwassenenstrafrecht toe te passen op jongeren van 16 en 17 jaar.