Groente

Werkstukken en spreekbeurten

Klinkt rauwe groente je wat té gezond in de oren? Sommige groenten zijn gekookt toch echt niet lekker, denk maar aan sla. Welke soorten groente zijn er allemaal en hoe kun je groente het best eten?

Soorten groente

Groenten zijn de bladeren, stengels, wortels, bloemen, bollen of knollen van planten. Ook bonen en paddenstoelen en sommige vruchten zoals tomaten rekenen we tot de groenten. Er zijn heel veel verschillende soorten groente.

  • Koolgroenten: bijvoorbeeld boerenkool, broccoli, bloemkool, spitskool, rode kool en witte kool. 
  • Bladgroenten: bijvoorbeeld andijvie, spinazie, sla en witlof.
  • Vruchtgroenten: bijvoorbeeld paprika, komkommer, courgette, aubergine en mais.
  • Kiemgroenten: bijvoorbeeld tuinkers en taugé.
  • Knolgewassen: bijvoorbeeld rode bieten, radijs, knolselderij en winterpeen.
  • Stengelgewassen: bijvoorbeeld bleekselderij, asperge en rabarber.
  • Peulvruchten: bijvoorbeeld sperziebonen, doperwten, kapucijners, snijbonen en tuinbonen.
  • Uien: bijvoorbeeld (bos)ui, prei en knoflook.
  • Paddenstoelen: bijvoorbeeld champignons.

Rauw of gekookt

Groenten maken een belangrijk deel uit van de gezonde voeding van mensen. Dat komt omdat groenten veel goede stoffen bevatten, zoals vitaminen en vezels. Hoe groenten gegeten worden, verschilt per soort. Sommige groenten zijn het lekkerst rauw, bijvoorbeeld komkommers. Andere groenten kun je maar beter bakken of koken, zoals champignons en sperzieboontjes. Er zijn ook groenten die zowel rauw als gekookt gegeten kunnen worden, denk maar aan wortelen. Hoe verser de groenten, hoe meer vitaminen erin zitten. Ook hebben rauwe groenten meer vitaminen dan gekookte of gebakken groenten. Dat komt doordat veel vitaminen verdwijnen uit de groenten als je ze kookt.

Groenten kweken

Groenten worden verbouwd op een boerderij, in een kas of in een moestuin. Om groenten te verbouwen, heb je grond, licht, water en mest nodig. Eigenlijk kan iedereen groenten kweken. Toch hebben de meeste mensen in Nederland geen moestuin. Zij kopen hun groenten in de supermarkt. Deze groenten zijn geproduceerd door tuinders.

Kas

Boerderijen die gespecialiseerd zijn in het verbouwen van groenten noem je tuinbouwbedrijven. Zij verbouwen groenten op het land of in een kas. Dat laatste heet glastuinbouw. Het voordeel hiervan is dat de plant beschermd wordt tegen het weer van buiten. In de kas is het namelijk altijd dezelfde temperatuur. Deze temperatuur kan de tuinder zelf bepalen. Dat is erg handig, want zo kan de tuinder ook groenten verbouwen die eigenlijk niet in Nederland kunnen groeien. Een kas heeft ook nadelen. Om de kas het hele jaar op dezelfde temperatuur te houden, is er veel energie nodig. Dit is niet goed voor het milieu.