Kastelen

Werkstukken en spreekbeurten

Veel kastelen uit de middeleeuwen staan nog (deels) overeind. Waarom werden ze vroeger gebouwd en wie woonden er?

Wat is een kasteel?

Een kasteel was de versterkte woning van een heer. Hij kon een koning zijn of een edelman. Het kasteel was een teken van zijn rang, zijn status. Het was niet alleen zijn woning, maar ook een vesting. Het beschermde tegen aanvallen van ridders te paard. Of tegen een lange belegering door een vijand. Er leefden en werkten veel mensen.

Hoe ziet een kasteel eruit?

De eerste kastelen waren versterkte huizen. Vroeger bouwden mensen een aarden wal of een muur om hun huis. De eerste stenen kastelen hadden alleen maar een vierkante toren in het midden. Die toren heet donjon. In de donjon woonden de belangrijkste mensen. Dat was de veiligste plek van het kasteel. Niet alleen was je beschermd tegen vijanden, maar ook tegen slecht weer. Later bestonden kastelen uit veel meer gebouwen en een binnenplaats. Er kwamen een smederij, stallen en een kapel bij.

Belegering

De heer van het kasteel bezat vaak veel grond. Soms probeerde een andere kasteelheer zijn gebied te veroveren. Deze vijand omsingelde dan het kasteel. De ophaalbrug werd opgehaald en vanaf de torens werd met pijlen geschoten en met hete olie gegooid. Niemand kon het kasteel in. De vijand hoopte dat het eten gauw op zou raken, zodat de kasteelbewoners zich moesten overgeven. Vaak konden de kasteelbewoners door ondergrondse gangen toch het kasteel verlaten. Met allerlei listen en trucs probeerden de partijen elkaar te slim af te zijn. Zo'n beleg van een kasteel kon heel lang duren.