Michiel de Ruyter

Werkstukken en spreekbeurten

Holland kende in de zeventiende eeuw vele zeehelden, zoals Cornelis Tromp en Piet Hein. Maar de beroemdste is toch wel Michiel de Ruyter. Was hij onverslaanbaar?

De zee op

Michiel Adriaenszoon de Ruyter werd in 1607 geboren in Vlissingen. Als kind droomde Michiel de Ruyter al van de zee. Op zijn elfde ging hij varen. Hij begon als scheepsjongen en eindigde uiteindelijk als hoogste baas van de Nederlandse marine! 

Admiraal

Michiel de Ruyter bekleedde allerlei functies. Zo was hij koopvaardijschipper, walvisvaarder en kaperkapitein. Hij werkte zichzelf steeds hogerop binnen de marine. Hij werd kapitein en uiteindelijk luitenant-admiraal en opperbevelhebber van de Nederlandse vloot.

Gouden Eeuw

Michiel de Ruyter leefde in de zeventiende eeuw: de Gouden Eeuw. Nederland was in die tijd een van de machtigste landen ter wereld. Bovendien bloeide de schilderkunst: heel beroemd was bijvoorbeeld Rembrandt van Rijn. Ondanks de rijkdom werd er in die tijd toch vaak oorlog gevoerd. Van 1568 tot 1648 was Nederland in oorlog met Spanje. Na 1650 werden verscheidene oorlogen met Engeland en Frankrijk uitgevochten.

De eerste overwinning

In 1651 wilde De Ruyter de zee vaarwel zeggen. Maar lang heeft hij niet gerust. Na het uitbreken van de Eerste Engelse Zeeoorlog (1652-1654) accepteerde hij een functie op de zeevloot. Aanvankelijk voor één tocht. Bij Plymouth versloeg hij echter de Engelse zeevloot. Dit was de eerste Nederlandse overwinning in deze oorlog en De Ruyter was voortaan een zeeheld. Het bleek het begin van een nieuwe loopbaan.

Gestorven aan verwonding

Aan het eind van de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-1667) bereikte de roem van De Ruyter zijn hoogtepunt. Het plan was om de Engelsen op eigen terrein een grote slag toe te brengen. Dat lukte. Een groot deel van de Engelse vloot werd in de rivier bij de plaats Chatham door De Ruyter vernietigd. In 1676 raakte De Ruyter gewond bij Syracuse in een gevecht tegen onder anderen de Fransen. Door een kanonskogelwond moest zijn been worden geamputeerd, maar hij kreeg een infectie en stierf. In 1841 richtte Vlissingen een standbeeld van hem op, dat daar nog steeds over de zee uitkijkt.