Vikingen

Werkstukken en spreekbeurten

Als de Vikingen kwamen, kon je maar beter wegwezen! Al plunderend en moordend trokken ze door Europa. Maar wist je dat het ook ontdekkingsreizigers waren?

De plaag uit het noorden

Vikingen leefden tussen 800 en 1100 in Scandinavië. Inwoners van Scandinavië werden destijds Noormannen genoemd. De Noormannen hadden door overbevolking te weinig landbouwgrond en te weinig voedsel. Daarom zocht een grote groep jonge mannen een andere manier om aan geld en eten te komen. Ze bouwden boten en gingen de zee op. Die Noorse zeelieden werden Vikingen genoemd. Ze voeren de zeeën over om te handelen met andere volken. Soms ging dat op een vreedzame manier, maar vaak ook niet. Ze gingen aan land met speren, zwaarden, knuppels, bijlen en pijl en boog en plunderden het land. Vikingen werden 'De plaag uit het Noorden' genoemd.

Ontdekkingsreizigers

Vikingen bouwden grote, lichte boten. Drakkars werden die genoemd. Daarmee konden ze heel ver varen. De drakkars waren ook sneller dan andere boten. De Vikingen hebben met die innovatieve boten veel nieuw land ontdekt. Ze waren de eerste Europeanen die IJsland, Groenland en zelfs Amerika ontdekten.

Geloof

Vikingen waren heidenen. Ze geloofden in verschillende goden, zoals Thor, Freya en Odin. Bovendien geloofden ze dat wie op het strijdveld sneuvelde, naar het Walhalla zou gaan. Zo noemden zij de hemel. De meeste dorpen waar de Vikingen aan land gingen, waren christelijk. Hun kloosters en kerken vol rijkdommen werden ongenadig geplunderd. Toen Vikingen zich tot het christendom bekeerden, deden ze dat niet meer. Bovendien besloten steeds meer Vikingen, verspreid over de wereld, zich op een vaste plek te vestigen. Die ontwikkelingen betekenden langzamerhand het einde van het Vikingentijdperk.