Muziekinstrumenten

Werkstukken en spreekbeurten

Muziek maken is het voortbrengen van klanken in een bepaald ritme. Je kunt dit bijvoorbeeld doen met je stem, of door met je handen op tafel te trommelen. Maar natuurlijk ook met muziekinstrumenten. Er zijn er zo veel dat je er vast nog niet alles over weet!

Indeling

Muziekinstrumenten kun je in groepen verdelen op basis van de manier waarop het geluid wordt voortgebracht: via strijken of tokkelen (snaarinstrumenten), blazen (blaasinstrumenten), slaan (slaginstrumenten) of via het indrukken van toetsen (toetsinstrumenten).

Hoog en laag

Muziek maken kun je met je stem of met een instrument. Net als met je stem, kun je met de meeste muziekinstrumenten de toonhoogte en het volume variëren. Bij strijkinstrumenten wordt de toon hoger door de lengte van de snaren te verkorten. Dat doe je door met de vingers van je linkerhand de snaar in te drukken. Met je rechterhand strijk je dan met de strijkstok over de snaren (bij strijkinstrumenten) of tokkel je de snaren (tokkelinstrumenten). Bij blaasinstrumenten varieer je de toonhoogte door gaten af te dekken of open te laten. Daardoor wordt de buis van het instrument verkort (hoger) of verlengd (lager). Bij koperblazers bereik je dit effect door het indrukken of loslaten van de ventielen. Bij slaginstrumenten zoals de trommel of djembé is het variëren in toonhoogte niet echt mogelijk. Daar is alleen variatie in hard of zacht mogelijk. Uitzondering in deze groep zijn onder andere de xylofoon en de marimba. Daar kun je de toonhoogte wel variëren door op een andere plankje (toets) te slaan. Hoe langer de toets, hoe lager de toon.

Ritme

Bij alle instrumenten, ook je eigen stem, is het mogelijk om te variëren in volume en tempo: je kunt hard of zacht spelen, langzaam of snel. De combinatie van langzame (of lange) en vlugge (of korte) tonen noem je ritme. Met ieder instrument kun je ritmes spelen. Zet je een paar ritmes achter elkaar, dan heb je een liedje!