Sprookjes

Werkstukken en spreekbeurten

In sprookjes zit vaak een levensles en een duidelijk verschil tussen goed en kwaad. Wist je dat vroegere versies van sprookjes veel grimmiger waren?

Gebroeders Grimm

De bekendste schrijvers van fantasieverhalen zijn de Duitse gebroeders Grimm. Hun eerste sprookjes verschenen in 1812. Ze schreven in totaal zo’n 200 verhalen, waaronder Doornroosje, Hans en Grietje, Repelsteeltje en Sneeuwwitje. Ze bedachten de sprookjes niet helemaal zelf. Ze verzamelden volksverhalen. Ook bewerkten ze sprookjes die al eerder door anderen geschreven waren, zoals Roodkapje van Charles Perrault. De verhalen waren niet geschikt voor kinderen, want ze waren veel gruwelijker dan de sprookjes die wij nu kennen. In een eerdere versie van Assepoester bijvoorbeeld wilden haar stiefzussen zo graag met de prins trouwen dat ze stukken van hun voeten sneden, zodat ze in het glazen muiltje pasten!

Hans Christian Andersen

Toen de sprookjes van Grimm in een boek voor kinderen verschenen, was dat dan ook niet echt een succes. Kinderen moesten nuttige dingen lezen en gruwelijke sprookjes pasten daar niet bij. Een later sprookjesboek van de Deense Hans Christian Andersen was geliefder. Hierin stonden romantischere sprookjes dan in het boek van Grimm. Sprookjes van Andersen zijn bijvoorbeeld De kleine zeemeermin, De prinses op de erwt, De rode schoentjes, Het lelijke eendje en Het meisje met de zwavelstokjes.

Disney en de Efteling

In de twintigste eeuw werden sprookjes pas echt populair. In 1937 bracht Disney de film Snow White and the seven dwarfs uit. In 1952 werd de Efteling geopend: een speeltuin met een sprookjestuin. Bij de opening waren er 10 sprookjeselementen te vinden, waaronder het kasteel van Doornroosje, de put van Vrouw Holle en Langnek. Al snel kwam er meer bij en inmiddels worden er 28 sprookjes uitgebeeld, waaronder 15 van de gebroeders Grimm.