Carnaval

Werkstukken en spreekbeurten

Carnaval is van oudsher een katholiek feest. Waarom wordt het ook wel Vastenavond genoemd?

Het ontstaan van carnaval

Van oudsher is carnaval een eet- en drinkfestijn. Katholieken moesten vroeger voor het christelijke feest Pasen veertig dagen vasten. Ze moesten dan sober eten (alleen het hoognodige) en mochten geen vlees. In die vastenperiode werd herdacht dat Jezus veertig dagen in de woestijn vastte om tot bezinning te komen. De dinsdag voordat de vastentijd begon, propten mensen zich vol met lekker eten. Deze dag werd 'vette dinsdag' genoemd. Dit groeide later uit tot het feest dat wij carnaval noemen. Het woord 'carnaval' komt van het Latijnse carne levare, wat 'het wegnemen van vlees' betekent. Carnaval wordt ook wel Vastenavond genoemd. Echt vasten wordt nu nauwelijks nog gedaan. Carnaval is een feest van drie dagen, maar het wordt vaak langer gevierd. Het is elk jaar op andere data, in februari of maart, maar de laatste carnavalsdag is altijd veertig dagen voor Pasen.

Verkleden

De katholieke kerk verbood heidense feesten. Daarom verkleedden mensen zich bij deze feesten om niet herkend te worden. Uiteindelijk werd het feesten voor de vastentijd toch een katholieke traditie. De kostuums bleven bestaan en de verkleedpartijen werden steeds uitgebreider. Van knuffelbeer tot prinses tot politieagent: je komt ze allemaal tegen met carnaval!

Het getal 11

Het carnavalsseizoen begint op 11 november (de elfde dag van de elfde maand) om 11:11 uur. Carnaval heet ook wel het Feest der Zotten. Een zot is een gek. Elf is het gekkengetal. Het wordt zo genoemd, omdat het tussen het getal van perfectie 10 en het heiligengetal 12 staat. Het getal 11 bestaat uit twee keer een 1, wat staat voor gelijkheid. Met carnaval gaat iedereen verkleed en daardoor vervagen de verschillen tussen arm en rijk. Iedereen is dan gelijk. Met carnaval mag je een beetje gek doen. Er wordt een Prins Carnaval gekozen, die samen met de Raad van Elf en een of meer adjudanten met carnaval eventjes de baas over de stad of het dorp is.

Rio de Janeiro en Oeteldonk

Carnaval wordt niet alleen in Nederland gevierd, maar bijvoorbeeld ook in België, Italië en het Caribisch gebied. Wereldberoemd is het uitbundige carnaval in het Braziliaanse Rio de Janeiro. Er wordt veel tijd besteed aan het maken van grote paradewagens en mooie kostuums. In Nederland is carnaval vooral populair in het zuiden van het lan, want van oudsher wonen daar veel katholieken. Tijdens carnaval krijgen veel steden en dorpen een andere naam. Bijvoorbeeld Den Bosch heet dan Oeteldonk, wat is afgeleid van een veelvoorkomende achternaam in de geboorteplaats van een bisschop die carnaval verbood. En Valkenburg heet 't Bokkeriek (het Bokkenrijk), wat is afgeleid van de Bokkenrijders, een bende dieven die een belangrijk onderdeel zijn van de geschiedenis van de stad.