Parachutespringen

Werkstukken en spreekbeurten

Vliegen als een vleermuis? Dat kan! Kom alles te weten over verschillende vormen van parachutespringen.

Geschiedenis

In 1783 sprong de Fransman Louis Sébastien Lenormand met een stijf valscherm van een gebouw af. Enige tijd later, in 1797, vond zijn landgenoot André Jacques Garnerin de zijden parachute uit. In de loop der jaren werd de parachute steeds verder ontwikkeld en verbeterd. In 1951 werd parachutespringen een internationale sport.

Vormen van parachutespringen

Er zijn verschillende vormen van parachutespringen. Bij freestyle maakt de parachutist salto’s en andere bewegingen in de lucht voordat hij de parachute opent. Bij formatiespringen maken meerdere parachutisten mooie figuren in de lucht door elkaar vast te houden. Bij precisiespringen moet de parachutist op een bepaald doel zo dicht mogelijk bij de middenstip landen. Er zijn wedstrijden voor al deze vormen van parachutespringen.

Basejumpen

Echte waaghalzen doen aan basejumpen. Zij springen van hoge bergen, rotsen, bruggen en gebouwen. Het geeft ze vaak een extra kick om van een bekend gebouw te springen, zoals de Eiffeltoren. Of van een verboden punt, zoals een elektriciteitsmast. Dat laatste maakt basejumpen nóg risicovoller dan het al is. Gemiddeld loopt 1 op de 60 sprongen slecht af. Een basejumper heeft geen reserveparachute, omdat de afstand tot de grond te klein is om deze nog te kunnen openen als de hoofdparachute niet opengaat. En als de parachute verkeerd opengaat, kan de springer tegen bijvoorbeeld een rotswand klappen.

Wingsuit-vliegen

Bij wingsuit-vliegen draag je een speciaal pak. De vleugels van het pak lijken op die van een vleermuis. Je kunt hiermee een poosje door de lucht vliegen, voordat je de parachute opent. Zelf vliegen als een vleermuis klinkt natuurlijk fantastisch en het ziet er best gemakkelijk uit, maar voordat iemand mag wingsuit-vliegen moet hij al veel andere parachutesprongen hebben gemaakt en goed hebben geoefend.