Fietsen

Werkstukken en spreekbeurten

Valt de fietsketting weleens van jouw fiets? Vervelend, want je kunt niet verder fietsen voordat hij er weer netjes op ligt.

De fiets

Een fiets drijf je met de trappers aan en daarbij gebruik je spierkracht om de wielen te laten rijden. Tot 1966 was de wettelijke term in Nederland dan ook 'rijwiel'. In Zuid-Nederland zeiden ze ook wel velo. Meestal bestaat een fiets uit twee wielen, een frame, een zadel, een stuur, een fietsketting en een trapas met pedalen of trappers.

Geschiedenis

De Duitse baron Von Drais was in 1817 de uitvinder van de loopfiets. In 1865 was het de Fransman Michaux die trappers aan de loopfiets maakte. Enkele jaren later, in 1871, bedacht de Engelsman Starley de hoge bi. Bi is een afkorting van bicycle, het Engelse woord voor tweewieler. Het was een hoge fiets want hij had een heel hoog voorwiel en een heel klein achterwiel. De trappers zaten aan het voorwiel. Het viel niet mee om hierop te fietsen. Vrouwen, die in die tijd alleen rokken droegen, wilden al helemaal niet op zo´n hoog ding. Langzamerhand bedachten fietsenmakers steeds betere fietsen. Ze vervingen hout door ijzer, er kwam een kettingaandrijving aan het achterwiel en de Ier John Dunlop vond de luchtband uit.

Kettingaandrijving

Een fietsketting is een zogenoemde rollenketting. Een fietsketting brengt de kracht van de pedalen over naar het achterwiel. Dat gebeurt via tandwielen die in de rollen haken. In 1868 bedacht iemand de eerste fiets met een kettingaandrijving. De trappers zaten nu niet meer aan het wiel, maar aan het frame. Tot 1888 waren rubberen banden massief. Maar na Dunlops uitvinding maakten die banden plaats voor luchtgevulde fietsbanden. Behalve het materiaal voor frame en wielen, lijken de meeste fietsen nog sterk op de fiets uit die tijd. Alleen ligfietsen, die zijn echt anders gebouwd.