Temperatuur

Werkstukken en spreekbeurten

Wij geven temperatuur aan in graden Celcius. Maar temperatuur kan ook worden aangegeven in Fahrenheit. Heb je daar weleens van gehoord?

Celsius en Fahrenheit

De temperatuur kan op verschillende manieren weergegeven worden. In de meeste landen wordt de schaal van Celsius gebruikt om de temperatuur te meten en weer te geven. Ook wetenschappers gebruiken Celsius als temperatuurschaal. Achter de temperatuur schrijf je °C. Bij Celsius bevriest water bij een temperatuur van 0 °C en kookt het bij 100 °C.

In de Verenigde Staten van Amerika en in Belize wordt de temperatuur gemeten en weergegeven met de schaal van Fahrenheit. In het Verenigd Koninkrijk, Australië, Zuid-Afrika, Canada, Ierland, India en Jamaica werd vroeger ook de temperatuurschaal van Fahrenheit gebruikt. De oudere mensen in die landen doen dat misschien nog steeds wel. Bij Fahrenheit schrijf je achter de temperatuur °F. Water bevriest volgens deze schaal bij een temperatuur van 32 °F en water kookt bij een temperatuur van 212 °F.

Temperatuur van mensen

Een gezond menselijk lichaam heeft een temperatuur van ongeveer 37 °C. Als je lichaam te warm wordt, ga je zweten. Het zweet verdampt en daardoor verlies je warmte. Als je lichaam te koud wordt, ga je rillen. Door de beweging van je spieren ontstaat er warmte.

Vloeibaar, vast en gas

Afhankelijk van de temperatuur kan een stof in drie vormen voorkomen: vloeistof, vaste stof en gas. Door de verandering van temperatuur verandert de stof van de ene vorm in de andere vorm. Water kan bijvoorbeeld in ijs of stoom veranderen.

  • Water is een vloeistof. Als je water heel koud maakt, 0 °C, dan bevriest het. Het wordt ijs. 
  • IJs is een vaste stof. Want de vorm van ijs verandert niet. Als de temperatuur weer boven 0 °C komt, dan smelt het ijs. Het wordt weer vloeibaar: water dus. 
  • Stoom (of waterdamp) is een gas. Als je water heel heet maakt, 100 °C, gaat het koken. Het water begint te borrelen en er komt stoom vanaf. Die stoom bestaat uit hele kleine deeltjes water. Die deeltjes kunnen alle kanten op. Als waterdamp afkoelt, wordt het weer water.

Ook andere stoffen kunnen van vorm veranderen als je ze heel heet of heel koud maakt.